De geschiedenis van windenergie

Windenergie wordt steeds gebruikelijker. Maar windenergie is zeker niet iets van deze tijd: al eeuwenlang wordt er op de wereld gebruikgemaakt van windenergie. Al vijfduizend jaar voordat onze jaartelling begon, gebruikten de Egyptenaren als eersten wind om hun zeilboten te laten voortduwen, waardoor ze niet langer afhankelijk waren van spierkracht.

Lees meer

Drieduizend jaar later bouwden de Chinezen al verticale windmolens met rieten zeilen, en nog eens duizend jaar later bouwden de Perzen de eerste windmolens in de woestijn om graan te malen en akkers te bewateren.

Direct naar het onderwerp

Kruien en pompen

Het gebruik van windenergie verspreidde zich naar West Europa. De eerste Europese molens stammen uit de dertiende eeuw. De molens werden steeds innovatiever, met als belangrijkste verandering dat de molen om een spil werd gebouwd en naar de wind kon draaien: ‘kruien’. Het gebruik van windenergie nam met name in Nederland een enorme vlucht. De eerste molens werden vooral gebruikt voor het leegpompen van polders, waarmee genoeg land werd gewonnen om de hele stedelijke bevolking van voedsel te voorzien.

De krukas

Halverwege de zeventiende eeuw vond nog een belangrijke innovatie plaats: de toevoeging van de krukas. Hierdoor konden de draaiende bewegingen van de molen in op-en-neergaande bewegingen worden omgezet, en konden molens ook worden gebruikt om bijvoorbeeld hout te zagen voor de scheepsbouw of om uit oliehoudende zaden olie te persen.

Een nieuwe industriële revolutie

De uitvinding van de elektrische generator en de wisselstroommotor in de negentiende eeuw waren het begin van een nieuwe industriële revolutie. De allereerste echte windturbine was een enorme machine met maar liefst 144 wieken, en werd in 1888 gebouwd door de Amerikaan Charles Brush, in zijn eigen achtertuin. Anders dan je misschien zou denken van zo’n gevaarte, leverde hij op vol vermogen slechts 12 kilowatt, die Brush gebruikte om zijn huis in Cleveland mee te verlichten.

De eerste windmolens

Na Brush volgde de Deense fysicus Paul Lacour, die in 1891 een windmolen bouwde die elektrische stroom opwekte. Hij begon elektromonteurs op te leiden en zette zelfs een windturbinefabriek op. Denemarken werd pionier op het gebied van windenergie: in 1900 stonden er in het land al honderden windmolens. Maar de vraag naar elektriciteit groeide harder dan het aanbod in windenergie en fossiele brandstoffen werden steeds populairder.

De oliecrisis

De oliecrisis van 1973 deed de belangstelling voor windenergie weer groeien, toen duidelijk werd hoe afhankelijk we van olie waren. Met behulp van overheidssteun konden zowel Denemarken als Duitsland windmolens bouwen en verbeteren. Langzaam sloot de rest van Europa zich aan. De eerste turbines waren zo’n tien meter hoog en wekten niet meer dan 10 kilowatt aan energie op, maar door steeds hogere masten en grotere schroefbladen leveren windmolens meer en meer elektriciteit.

Lees meer

Tegenwoordig worden er windmolens gebouwd die tot wel 800 keer zoveel energie kunnen opwekken. En niet alleen de omvang van de molens stijgt, ook het aantal: in 1990 telde Nederland 323 windmolens, in 2016 waren dat er al 2041, waarvan het grootste deel op zee staat. En we zijn nog lang niet klaar! Er wordt ontzettend veel geïnvesteerd en geïnnoveerd op het gebied van windenergie. Benieuwd naar de ontwikkelingen?

De toekomst van windenergie

Wil je goeie energie voor een goede prijs?

Als klant kies je zelf van welke bron je energie afneemt: zo weet je precies waar je goeie energie vandaan komt, en waar je geld naartoe gaat.